Vanwaar de naam ‘Amaru’?

Amaru is een woord uit het Kechua- een universele taal in het Andes gebergte in Zuid Amerika. Het betekent  slang(Hatun betekent meester). Amaru is de aanduiding van Slang als kosmische kracht bij de Inca en staat voor “verbinding van alles, dat wat alles samenbrengt” en wordt beschouwd als een archetype.

 

In de Inca kosmologie is Amaru een van de archetypen naast Chocachinchay ( jaguar) en Apuchin (condor), die  samen het driedelige universum representeren. Amaru staat hier voor alles met een vorm, structuur, gebonden aan oorzaak-gevolg, gebonden aan het ego, traditie, patronen, de realiteit, de tastbare wereld.  Hoezeer deze archetypen ook afgeleid lijken te zijn uit animistische beelden, voor de Inca zijn het metaforen: Amaru is een aanduiding van een elementaire kracht.

 

In de Inca traditie is het vervellen van de slang en het loslaten van de oude huid de metafoor voor het loslaten van het verleden waardoor het meeslepen ervan geen (levens-)energie (Kausay)  kost en de beleving van het nu niet door de ervaringen uit het verleden vervormt.  Amaru maakt een “re-set ” mogelijk: het volledig afsluiten van een leeffase ( ” Pacha” in de Quetchua taal) ,waardoor je met een schone lei aan de volgende fase kunt beginnen.

 

In de Westerse cultuur is de slang als cosmische kracht bekend als de Ouroboros, een symbool afkomstig uit de Alchemie: de slang die zijn eigen staart opeet. Het is de gesloten cirkel, de eeuwige kringloop, het alles omvattende, zonder begin en zonder einde, de eeuwigheid, het steeds vernieuwende leven, het symbool van het onbewuste potentieel, waarin alles in de kiem aanwezig is maar nog niets gerealiseerd (zoals in de kern van de bevruchte eicel). Volgens C.G.Jung symboliseert de ouroboros  eveneens het proces van integratie en assimilatie van de schaduw ( het onbewuste, niet als eigen erkende, weggeschoven gedeelte van de persoonlijkheid ) dat de mens uit de lineaire polariteitbeleving in een circulair proces brengt.

 

Ook in het scheppingsverhaal van de Hindoe komt de slang voor als kosmische kracht: Ananta (sanskriet : zonder einde, de eeuwigheid) en is daar drager van Narayana (Vishnu). De slang als archetype is in vele culturen bekend als helingbrengende kracht (vb. het esculaap-teken, het symbool van de westerse geneeskunde).

 

Daarnaast is zij het symbool van kennis en bewustheid. In het oude testament geeft zij die bewustheid door aan de mens  als zij Eva overhaalt van de verboden vrucht te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad in het scheppingsverhaal. De mens wordt zich daarmee van zijn eigenheid bewust en van zijn anders zijn (de bron van schuld en schaamte) Hij verliest daardoor zijn Paradijs – de plaats waar hij  opgaat in zijn  leefomgeving en harmonisch verbonden is met alles dat hem omgeeft – en komt terecht in een wereld van polariteit (de gespleten tong van de slang): Een wereld van scheiding tussen goed en kwaad, de scheiding tussen Ik en Jij , een wereld van het Ego. Net zoals bij de Inca’s dus: de wereld van de slang. In deze wereld is de “Anima”(de Geest, maar ook de vrouwelijke, verbindende kracht) vervangen door “Animositeit”  (vijandigheid). Mater (moeder, de aarde) is er veranderd in Materialisme (nastreven van materiële welvaart zelfs ten koste van de aarde).

Slang is ook wereldwijd het magisch religieus symbool van de overlevingskracht, de vruchtbaarheid, de seksualiteit, de levensenergie, de passie en scheppingskracht ( de Kundalini in de Ayurveda, yoga en tantra).

 

Het teken van de dubbele slang, de Caduceus of Hermesstaf, stelt twee gevleugelde slangen voor, kronkelend rond een staf die de energetische as tussen aarde en kosmos voorstelt. Hier staan de slangen voor tegengestelde, elkaar complementerende principes. De vleugels staan voor transcendentie. In de Inca traditie heten deze tegengestelde, maar onderling resonerende, ongelijke maar elkaar completerende energieën: Yanantin (vb. licht/ donker. Man/vrouw). Waneer deze verschillende energieën in de juiste verhouding tegenover elkaar komen, ontstaat er een exponentiële energietoename van het geheel. Een hoogenergetische yanantin energierelatie wordt in Kechua “Hapu” genoemd. (the sacred couple, de Hiëros Gamos van Jung).

 

Hapu is vergelijkbaar met het Taijiu symbool van het Chinese Yin Yangprincipe uit de I Ching.

 

In Zuid Amerika wordt de gevleugelde slang aangeduid met Quetzalcuatl (Quetzal is een in het regenwoud voorkomende vogel met uitzonderlijk lange staart, die als hij hoog tussen de bomen in de lucht vliegt, lijkt op een kronkelende gevleugelde, gevederde slang). Quetzalcuatl symboliseert daar de god van de ons omringende wereld zoals ze zou kunnen zijn. Zij staat voor de interactie en verbondenheid van alle leven op aarde (in Kechua : Chulla, in Lakota: Metakuye oyasin). Een wereld van harmonie en evenwicht, waarin de mens respect heeft voor de aarde die hem draagt en voedt. In het diepste respect voor de hele schepping waarin alles, zelfs dat wat je doodt, een uitdrukking is van God (in Kechua : Nuna) vindt de mens zijn Paradijs terug: de eenheid en verbondenheid van alles.

 

Zo leidt Amaru, ontwikkeld tot Quetzalcuatl, de mens terug naar het paradijs. Waar leven niet gebaseerd is op egofacetten als angst, geweld en hebzucht. De plaats van “on”schuld, waar hij is zonder schuldgevoel – de “erfzonde” . De plaats waar de mens Geluk vindt, leeft in totale verbondenheid met de natuur zonder angst voor afwijzing, eenzaamheid en isolement; waar hij leeft in zijn eigenheid, in de lijn van zijn bestemming; waar de dood een wezenlijk onderdeel is van het leven en waar geen innerlijke strijd en lijden is ( voor zover dit lijden in de geest van de mens bestaat als gevolg van de herinnering aan pijn of de angst voor pijn)  Het Nirdvandva vande Hindoeìstische filosofie: de bevrijding uit de tegenstellingen.

 

In deze betekenis is Amaru het Icoon van “verbondenheid van alles”  en “dat wat ons samenbrengt”   en hierop is de naam van mijn praktijk gebaseerd.

 

De keuze van het logo van Hatun Amaru is gebaseerd op mijn visie dat er een enorme meerwaarde (Hapu!) is in de synergie van de conventionele geneeskunde (die ziekte kan genezen, maar de mens zelden heelt) en energetisch helende geneeswijzen (die de mens kan helen, maar ziekte zelden geneest, tenzij door activering van de zelfhelende kracht van het lichaam), als complementaire, elkaar aanvullende krachten die zich bundelen rond één staf, daarmee de Caduceus opnieuw tot leven brengend.

 

Marc Nijboer